3 april 2025 - Mick Hurks

Uitspraak van de week: "een onterechte loonstop door de werkgever valt duur uit"

RR Commerce, actief in de online verkoop, zit met een ingewikkelde casus in de maag. Een medewerker is sinds 1 juli 2024 in dienst, met een contract voor bepaalde tijd tot 1 februari 2025. De medewerker valt op 9 augustus, na 1,5 maand dienstverband, uit. In de terugkoppeling van de bedrijfsarts van 3 december 2024 is te lezen dat de medewerker 2×2 uur per dag kan werken. RR Commerce lijkt op dat moment al besloten te hebben om niet met de medewerker verder te willen gaan. Eerste gedachte zou kunnen zijn: laat dan de re-integratie lekker zitten, stel de medewerker vrij van werkzaamheden en betaal de laatste 1,5 maand salaris uit. Die mogelijkheid heeft RR Commerce (helaas) niet. De medewerker zal vermoedelijk een Ziektewetuitkering aanvragen (en toegekend krijgen) na afloop van het dienstverband. Indien RR Commerce te weinig inspanningen verricht gedurende de periode van arbeidsongeschiktheid, kan het UWV een zogenoemde verhaalsanctie opleggen en dan moet de werkgever ook nog eens (gedurende enige tijd) de ZW-uitkering bekostigen.

RR Commerce slaat een verkeerd traject in. De medewerker wordt verwacht op 10 en 12 december om zijn werk te hervatten. De medewerker wil echter graag eerst een (online) gesprek houden voordat met werkhervatting gestart wordt. RR Commerce is daartoe niet bereid en legt op 13 december 2024 een loonsanctie op. Wat wil het toeval? De medewerker had al een geplande vakantie staan van 13 tot en met 28 december. RR Commerce betaalt geen loon uit, maar schrijft wel vakantiedagen af.

Na zijn vakantie verwacht RR Commerce dat de medewerker op gesprek komt waar hij met drie medewerkers geconfronteerd zal worden. De medewerker houdt de boot af en vindt dit geen gepaste setting, na vijf maanden afwezigheid en de spanning die er bestaat in de arbeidsrelatie. Medewerker komt niet, RR Commerce houdt de loonstop in stand, de arbeidsovereenkomst eindigt per 1 februari 2025 en de medewerker start een procedure.

De rechter geeft de medewerker volledig gelijk: 1) tijdens vakantie kan er geen loonstop worden opgelegd omdat er geen re-integratieverplichtingen gelden… dit was een open deur; 2) begin januari 2025 kon van de medewerker niet verlangd worden dat hij het door RR Commerce geïnitieerde gesprek aanging vanwege de (door hem ervaren) spanningen en eerder handelwijze door RR Commerce.

Conclusie? RR Commerce moet het achterstallig loon betalen + 30% wettelijke verhoging én loopt het risico op een verhaalsanctie van het UWV omdat er dus ten onrechte geen invulling is gegeven aan de re-integratiemogelijkheden van de medewerker. Penny wise, pound foolish.

Lees de volledige uitspraak hier.